Vorige week was het zo ver. Markant organiseerde samen met het Odensehuis een bijeenkomst waar een aantal deelnemers mee konden gaan in de wereld, de binnenwereld, van iemand met dementie. https://www.markant.org/agenda/beleven-met-dementie-7-4-2025/
In de zaal een aantal grote bureaustoelen, waar apparatuur op lag. Nadat ik was gaan zitten, kreeg ik zo’n VR (Virtual Reality) bril op mijn hoofd; in iedere hand een soort joystick en als laatste ook nog een koptelefoon.
Iedere joystick wordt in de virtuele wereld een hand, die je met knopjes kunt bewegen. Via de koptelefoon hoor je de (ook innerlijke) stem van degene met dementie. Via de VR bril zie je de nieuwe wereld waar je in stapt.
Een impressie
Ik sta voor een huis, heb net boodschappen gedaan. Ik bedenk me dat ik eerst moet kijken of er post is, in die groene brievenbus die aan het begin van het paadje naar het huis staat. Bah, het lukt me niet om de klep open te krijgen. Wat onhandig ben ik met die (virtuele) handen. Nog maar eens een keer. En nog een keer. Hè, zal ik het maar laten? T lukt me niet. En, opeens lukt het wel. Niets in de brievenbus. Ik draai me om en loop naar de voordeur. Oei, de sleutel? In mijn tas? Neen. Ah, misschien verborgen onder de bloempot? Ja, er liggen er wel twee. Proberen maar. Bij de 2e lukt het.
Ik loop naar binnen. De boodschappen opruimen. Melk en kaas, moet in de koelkast. Doe een kast open, hé, dat is niet de koelkast. Rustig blijven Iris, gewoon de andere deurtjes proberen! De derde is de koelkast. Mijn stem reageert via de koptelefoon : “O jee, er staan al pakken melk en pakjes kaas! Nu ja, beetje dom.” Ik zet de boodschappentas op de vaste plek waar hij hoort.
“T is stil in huis, laat ik de radi0 aanzetten.” Druk op een knop, en help, daar komt een hoop lawaai uit! Ik zoek zenuwachtig de knop om ….. en op dat moment wordt de radio met een woest gebaar uitgezet door mijn dochter die opeens naast me staat; “hé, waar komt die opeens vandaan?” Ze begint me uit te foeteren : “Mam, wat doe je nou, wat een herrie!” Ze ziet er opgefokt uit zeg. Dan ziet ze mijn boodschappentas staan en zucht. Het is het mandje van de supermarkt kennelijk. Weer iets net goed gedaan. Maar t staat wel op de goede plek toch? Ik doe mijn best.
En zo gaat het verder.
Mijn dochter is over alles geïrriteerd, ik beteuterd en afwachtend. Op een gegeven moment is ze aan de telefoon en vertelt degeen aan de andere kant van de lijn dat het niet goed met me gaat, dat het steeds erger wordt. Ook besluit ze dat het niet goed voor me is als ik meega naar een verjaardag, veel te druk. Heeft het over waspoeder dat ik mee had zullen nemen uit de winkel en staat daar een beetje drama over te maken. Tut-tut. Ik denk: djeez wat zit zij (mijn dochter) in haar eigen wereld, staat zo ver van me af! Ziet ze mij wel? Alleen maar lastig?
Blijkt ze ook nog een kaart uit de brievenbus gehaald te hebben, leest die voor en prijst de afzender, “wat lief hè?” Ik wil de kaart graag hebben, zien, maar zij loopt er al mee weg om hem ergens op te hangen. Ik reageer niet.
En zo gaat het verder.
Pijnlijker en pijnlijker en ik/ mijn personage/ Iris voelt zich van binnen boos. Ook als mijn dochter ‘het weer goed wil maken.’ Denkend: doe normaal! En laat me anders met rust.
Simulatie afgelopen : nagesprek
Met mij namen nog 4 anderen deel, en als iedereen klaar is praten we met de begeleiders na. De één wat meer geraakt dan de ander. Slecht voorbeeld zeg, die dochter. Het was zo pijnlijk hoe ze over haar praatte terwijl ze er bij was! Overbelast? Iedereen met zijn/haar eigen ervaring met een naaste met dementie, dus er kwamen ook flarden van gebeurtenissen naar buiten. En: ja, meer begrip voor wat er in het contact gebeurt. Eye-opener.
Persoonlijke reflectie
Was echt moe na afloop. Spelen dat ik in de virtuele wereld dementie heb, en luisteren naar mijn ‘innerlijke stem’, die door de koptelefoon naar binnen kwam, veranderde al snel in een deel gewoon Iris. Heel bewust van iedere handeling, het verkeerd doen en het opnieuw doen. Me door de situatie vervreemd voelen. Geen paniek. Enorme afstand voelend tussen mij (mijn wereld) en mijn dochter (haar wereld.)
In de dagen er na houdt dit laatste me nog steeds bezig. Dat voelen van in en andere wereld te zijn. Hebben mijn dochter en mijn virtuele zelf dat niet gemeen?